Wat te doen bij een hartstilstand, nadat u 112 hebt gebeld?

Een medisch noodgeval komt altijd onverwachts. In 90% van de gevallen is er dan geen professional in de buurt. Daarom moeten ”gewone” mensen weten hoe ze met noodgevallen, zoals een hartstilstand, om moet gaan. Nadat u 112 hebt gebeld, is het noodzakelijk om eerste hulp te verlenen. Hiermee kunt u levens redden. Daarom delen we vandaag tips die u helpen bij een hartstilstand.

Wat is een hartstilstand?

Als iemand bewusteloos is en niet goed ademt, kan er sprake zijn van een hartstilstand. Met andere woorden, er is sprake van een hartstilstand als het hart stopt met pompen. In deze situatie moet u onmiddellijk 112 bellen en kijken of er reanimatiehulpmiddelen tot uw beschikking zijn. Bijvoorbeeld de AED of de LifePad. Is dit niet het geval? Start dan direct met hartmassage. Dit zorgt ervoor dat het bloed door het lichaam wordt gepompt en hiermee wordt voorkomen dat de vitale organen direct uitvallen. Blijf aan de lijn met 112 en stop niet met de reanimatie.

Hoe moet u reanimeren

Hieronder de reanimatie in stappen uitgelegd. Deze stappen kunt u het beste in praktijk brengen als u ook op regelmatige basis een EHBO of BHV cursus volgt. Daarbij gaat de voorkeur uit naar het realistisch oefenen. Hierdoor bent u betere voorbereid en kunt u sneller handelen in een noodsituatie.

Stap 1

Voer het primaire onderzoek uit. Zorg er daarbij voor dat uw gezicht van de patiënt is verwijderd. Als u ziet dat de patiënt onmiddellijk hulp nodig heeft, bel dan112 (alarmnummer). Dit doet u voordat u met de reanimatie start. Vraag vervolgens een helper om de automatische externe defibrillator, AED, te vinden. Als er geen AED in de buurt is, vraag dan een helper om de telefoon op de luidspreker te zetten. Zo houdt u goed contact houden met de alarmcentrale en bent u in staat alle gesproken instructies juist uit te voeren. Laat het slachtoffer nooit alleen.

Stap 2

Dek de mond van de patiënt, eventueel met een kledingstuk af, voordat u met de reanimatie begint. Leg uw linkerhand op de rechterhand op hun borst. Zorg er voor dat je de vingers in elkaar hebt gestoken. Houd vervolgens je armen recht en zet druk op hem met een diepte van ongeveer 5-6 cm. Doe dit 30 keer met een druk frequentie van 100 reanimaties per minuut. Tijdens de borstcompressies moet u geen mond-op-mond beademing geven. Bent u vermoeid? Wissel de borstcompressies dan af met omstanders.

Stap 3

Blijf reanimeren tot de hulp niet is gearriveerd. Als de patiënt geluk heeft, geeft hij misschien tekenen van leven en komt hij/zij weer bij. Is er een AED in de buurt? Sluit deze dan aan op het slachtoffer. Volg de instructies die de AED geeft. De AED geeft stemcommando’s om u te ondersteunen. Dus luister daar goed naar en voer de gegeven instructies uit.

AED aansluiten op slachtoffer

Verwijderen het folie van de elektroden en bevestig deze op het slachtoffer. Volg de instructies op de AED goed, zodat u de pads op de juiste plaats bevestigt. De ene elektrode plaatst u aan de rechterbovenkant onder het sleutelbeen. De tweede elektrode moet onder de oksel aan de linkerkant van het slachtoffer worden aangebracht. De defibrillator onderzoekt het hartritme. Zorg ervoor dat niemand het slachtoffer aanraakt en stop met reanimeren. Daarna volgt een opeenvolging van verbale en visuele signalen van de AED.

Slachtoffer ontvangt schok

De AED analyseert het hartritme en bepaalt of er een schok moet worden gegeven aan het slachtoffer. Zorg dat iedereen zich moet terugtrekt, als de defibrillator dit aangeeft en een schok nodig is. De defibrillator geeft aan wanneer de schok toegediend kan worden. Bij een halfautomatische AED doet u dit, door de knop in te drukken, zelf. Bij een volautomatische AED doet de defibrillator, na het geven van een waarschuwing, zelf.

Blijf reanimeren

De defibrillator geeft aan dat u nog twee minuten moet reanimeren nadat de schok is toegediend, voordat u de situatie opnieuw beoordeelt. U begint weer met reanimeren, zoals omschreven in stap 1 en 22.

Het slachtoffer komt bij van hartstilstand

Breng het slachtoffer in de recoverystand als het regelmatig begint te ademen, te hoesten, de ogen te openen, te spreken of als er anderszins aanwijzingen zijn dat het slachtoffer begint te reageren. Houd de defibrillator aangesloten en blijf het bewustzijn van het slachtoffer controleren en maak u, wanneer nodig, klaar om opnieuw te reanimeren.

Tot slot

Voordat u eerste hulp verleent, moet u ervoor zorgen dat u bekwaam genoeg bent voor de taak en dat u sterk genoeg bent om zowel reanimatie als AED uit te voeren. U bereikt dit mede door voldoende te oefenen en te beschikken over reanimatiehulpmiddelen. Heeft u verder vragen of wilt u meer weten over reanimatie? Bekijk dan de website van de hartstichting of de Nederlandse Reanimatie Raad.